view');

Iedereen kan wel eens hulp gebruiken!

Ieder mens is uniek en heeft een unieke hulpvraag. Het klinkt cliché maar het is echt waar. In de afgelopen twee jaar hebben we meer dan 170 begeleidingstrajecten opgestart. 170 unieke verhalen. Natuurlijk komen de thema’s overeen. Maar de achtergrond, de levensfase, het sociale netwerk; het maakt ieder begeleidingstraject uniek.

Daarom zijn we gestart met het vertellen van een aantal van deze verhalen. Zodat jij, als je op zoek bent naar begeleiding, kunt zien dat je niet alleen staat. Zodat je als verwijzer een beeld hebt bij het type vragen die we oppakken en als sollicitant bij wat je kunt verwachten als je bij Vivens Begeleiding aan de slag gaat.

De verhalen zijn echt. De namen en foto’s fictief. Maar zoals je op de foto kunt zien en dat willen we ermee aantonen; het zijn unieke mensen met unieke verhalen. Iedereen kan wel eens hulp gebruiken! Achter iedere voordeur gaat een uniek verhaal schuil.

Dit verhaal gaat over Iris.

Iris (25 jaar)

Iris heeft al vanaf haar pubertijd te maken met hulpverlening. Vanaf haar vijftiende heeft Iris last van depressies. In die tijd, waarin Iris ook meerdere klinische opnames heeft gehad voor haar depressies, is Iris gediagnosticeerd met een Autisme Spectrum Stoornis en AD(H)D. Iris woont nu een jaar op zichzelf en heeft zij ambulante begeleiding aangevraagd van Vivens Begeleiding.  Sinds twee maanden woont zij samen met haar vriend, hij is in september afgestudeerd voor de opleiding kunstgeschiedenis aan de Universiteit. De maatwerkvoorziening is afgegeven voor een jaar en afgelopen maand opnieuw verlengd voor een jaar.

Iris vertelde tijdens het kennismakingsgesprek met Vivens Begeleiding dat het de maanden voorafgaand aan het gesprek redelijk goed met haar ging. Zij had minder last van depressieve gevoelens en minder de neiging tot automutilatie. Echter was het de bedoeling dat zij in het komende halfjaar zou gaan afstuderen en was zij druk bezig met haar scriptie en de laatste vakken die ze moest halen. Ze vertelde de begeleiding dat dat heel veel stress voor haar met zich mee bracht. Wanneer Iris bijvoorbeeld een ochtend naar college was geweest, moest zij de rest van de middag slapen om hiervan bij de komen. Ook zaken als het doen van boodschappen, het schoonhouden van haar huis of het afspreken met vrienden kostte Iris veel energie. Wanneer Iris zich goed voelde kon zij meer aan dan tijdens dagen wanneer zij zich minder goed voelde.

Iris wilde graag samen met de begeleiding gaan werken aan de volgende doelen:

  • Structuur en regelmaat: Samen wekelijks kijken naar haar studieplanning zodat zij kon afstuderen. Kijken hoe zij het huishouden kon plannen in haar dagelijkse ritme.
  • Het doen van boodschappen. Het bedenken van een weekschema wat betreft avondeten, het maken van een boodschappenlijstje en het samen doen van boodschappen.
  • Wekelijks bevragen van haar sociale contacten die week en stimuleren deze aan te gaan.
  • Na haar afstuderen bespreken wat voor baan zij zou willen, mee gaan naar gesprekken met het UWV en samen kijken op welke functies zij kon solliciteren.

Er was afgesproken dat de begeleiding twee keer in de week zou komen. Aangezien het Iris ook teveel stress oplevert wanneer zij twee verschillende begeleiders zou krijgen werd met haar afgesproken dat zij één begeleider zou krijgen die twee keer per week bij haar zou komen.

De eerste maanden is Iris druk bezig geweest met het maken van studieplanningen samen met de begeleiding. Wanneer het haar te veel werd en ze haar planning niet meer kon volgen besprak ze dit met de begeleiding en keken ze samen hoe ze de planning zouden kunnen aanpassen zodat Iris meer rustmomenten kon krijgen, maar niet te ver achter zou raken wat betreft de planning.

Het is Iris zonder vertraging gelukt om af te studeren!

Wanneer Iris minder goed in haar vel zat, kon het zijn dat het huishouden erbij in schoot. Wanneer de begeleiding dit constateerde, bevroeg zij Iris hiernaar. Iris kreeg dan de ruimte om uit te leggen wat er aan de hand was en samen bespraken zij hoe ze het huishouden die week kon aanpakken.

Wanneer Iris er in de supermarkt achter komt dat zij moet kiezen uit drie verschillende verpakkingen voor hetzelfde product lukt dit haar niet

Wekelijks deed Iris samen met de begeleiding boodschappen. Boodschappen doen kostte en kost Iris veel energie. Er komen veel handelingen bij kijken. Zo heeft zij last van overprikkeling in de supermarkt. Wanneer Iris alleen of samen met haar vriend boodschappen doet, hebben ze veel moeite om keuzes te maken, onder andere wat ze die week ‘s avonds gaan eten. Ze kunnen dan elke dag hetzelfde eten of voor ongezonde maaltijden gaan. Ook wanneer er iets onverwachts gebeurt in de supermarkt of wanneer zij er in de supermarkt achter komt dat zij moet kiezen uit drie verschillende verpakkingen voor hetzelfde product lukt dit haar niet, levert dit spanning op en zou zij zonder boodschappen weer richting huis kunnen vertrekken. Door de ondersteuning van haar begeleiding en het werken aan doelen en tussendoelen lukt het Iris steeds beter om zelfstandig maaltijden te bedenken, een boodschappenbriefje te maken en vervolgens boodschappen te gaan doen.

In het begeleidingstraject bleek dat het ook belangrijk is voor Iris dat de begeleiding vraagt naar haar sociale contacten die week. Iris vindt de contacten met de vrienden die zij heeft belangrijk, maar wanneer zij zich minder goed voelt kan zij deze vriendschappen wel uit de weg gaan.

Nu Iris is afgestudeerd wil ze graag een betaalde baan. Ze ontvangt nu nog een uitkering van de gemeente. Iris heeft vele gesprekken met de begeleiding gevoerd over welke richting zij op zou willen na haar afstuderen. Hieruit bleek dat zij eigenlijk niks met haar afgeronde studie wil doen, maar het liefst de kant van de hulpverlening op wil. Samen met de begeleiding gaat zij naar gesprekken met de uitkeringsinstantie. Voor Iris is het belangrijk dat de begeleiding mee gaat naar dit soort gesprekken, omdat Iris niet altijd goed uit haar woorden kan komen wanneer zo’n gesprek teveel van haar vraagt. De begeleiding kan dit gesprek dan voor haar structureren en wanneer dit nodig is het gesprek even van haar overnemen.

Samen met de begeleiding bekijkt Iris op welke banen in de hulpverlening zij zou kunnen reageren en of zij daar eventueel nog een opleiding voor zou moeten volgen.

Het feit dat Iris weet dat de begeleiding twee keer in de week komt en dat ze deze zaken niet alleen hoeft op te pakken, neemt bij haar al zoveel stress weg dat zij de rest van de week meer ontspannen is en zich kan concentreren op bijvoorbeeld haar vrijwilligerswerk.

Iris zal de komende tijd nog begeleiding nodig hebben, maar is zeker van plan om dit in de toekomst allemaal zelf te kunnen en hier werkt ze hard aan.