view');

Iedereen kan wel eens hulp gebruiken!

Ieder mens is uniek en heeft een unieke hulpvraag. Het klinkt cliché maar het is echt waar. In de afgelopen jaren hebben we meer dan 300 begeleidingstrajecten opgestart. 300 unieke verhalen. Natuurlijk komen de thema’s overeen. Maar de achtergrond, de levensfase, het sociale netwerk; het maakt ieder begeleidingstraject uniek.

Daarom zijn we gestart met het vertellen van een aantal van deze verhalen. Zodat jij, als je op zoek bent naar begeleiding, kunt zien dat je niet alleen staat. Zodat je als verwijzer een beeld hebt bij het type vragen die we oppakken en als sollicitant bij wat je kunt verwachten als je bij Vivens Begeleiding aan de slag gaat.

De verhalen zijn echt. De namen en de foto’s fictief. Maar zoals je op de foto kunt zien en dat willen we ermee aantonen; het zijn unieke mensen met unieke verhalen. Iedereen kan wel eens hulp gebruiken! Achter iedere voordeur gaat een uniek verhaal schuil.

Dit verhaal gaat over Peter.

Peter (38 jaar)

Een jaar geleden vroeg Peter voor zichzelf en zijn gezin ondersteuning aan bij de gemeente. Hij kreeg toen een maatwerkvoorziening voor ambulante ondersteuning voor de duur van één jaar. Deze is onlangs voor twee jaar verlengd.

Peter is getrouwd met Debby en samen hebben ze twee kinderen, een zoon van 13 jaar en een dochter van 8. Zijn vrouw was hoofdverdiener, maar is door een burn-out thuis komen te zitten en werkt momenteel hard aan haar herstel. Peter zit al jaren in de ziektewet, omdat hij zichzelf op het werk altijd opbrandde. Peter is bekend met een angststoornis en er is een vermoeden dat er sprake kan zijn van autisme. Dit is nooit officieel vastgesteld. Al vanaf zijn 8ste ervaart Peter faalangsten en heeft hij een sociale fobie. Dat houdt in, dat hij bang is om te falen en dat hij zich zorgen maakt dat andere mensen hem afwijzen. Op latere leeftijd zorgden deze angsten voor spanning in verschillende situaties. Zo bevroor hij en kon hij zijn werk niet meer uitvoeren wanneer iemand ook maar naar hem keek. Door de angst om te kunnen falen lukt het hem thuis niet om huishoudelijke klusjes uit te voeren. Hij is bang dingen verkeerd te doen. Zelfs als het hem een keer lukt om een klus te beginnen treden snel paniekklachten op. Hij krijgt dan last van zijn spieren, een versnelde ademhaling en verhoogde hartslag.

Peter is een doorzetter en ondanks deze tegenslagen blijft hij zichzelf regelmatig uitdagen. Hij gaat naar vrienden, zorgt voor de boodschappen en brengt de kinderen naar school.

Peter heeft vier belangrijke doelen:

  1. Het verbeteren van het contact met zijn kinderen;
  2. zijn vrouw ontlasten door te helpen in het huishouden;
  3. het verkrijgen van een zinvolle daginvulling e
  4. het accepteren van zijn beperkingen.

In het verleden heeft Peter hulp gehad van een psychiater en heeft hij deeltijdbehandeling gevolgd. Het lukte hem niet om de verkregen adviezen in de praktijk toe te passen. Juist hiervoor is ambulante ondersteuning ingezet om de vertaalslag met betrekking tot adviezen en tips naar de praktijk te maken.

Het duurde een half jaar voordat Peter voldoende vertrouwen had in zijn ambulant begeleider om tot een goede werkrelatie te komen. Peter had deze tijd ook nodig om eerlijk te kunnen zijn over zijn gevoelens en gedachtes. Nadat het vertrouwen was verkregen kon er beter aan de bovengenoemde doelen worden gewerkt. Het bleek ontzettend belangrijk om orde te scheppen in Peters leven. Hierdoor kreeg hij de nodige rust waardoor hij meer energie over had om positieve aandacht te geven aan zijn kinderen. Samen met de ambulant begeleider maakte Peter een dagelijkse planning. In deze planning werd rekening gehouden met de frequentie van activiteiten, de duur ervan en de belasting maar vooral met de tijd en aandacht die zijn kinderen nodig hebben. Dit voorkomt dat Peter doorslaat in bepaalde handelingen. Het kan bij Peter altijd beter en mooier, waardoor zaken vaak niet afkomen. Peter legt zichzelf een dusdanig hoge druk op wat zijn weerslag heeft op de kinderen. Daarom bespreekt Peter wekelijks met zijn ambulant begeleider opvoedingsvragen.

Twee maanden nadat de ambulant begeleider en Peter begonnen waren met de dagelijkse planning en Peter verbetering merkte, begon hij meer alcohol te drinken.

Twee maanden nadat de ambulant begeleider en Peter begonnen waren met de dagelijkse planning en Peter verbetering merkte begon hij meer alcohol te drinken. Hierdoor voelde hij zich overdag futloos en moe. Toen hij dit met zijn begeleider besprak bleek Peter onbewust de neiging te hebben zich slecht te willen voelen. Daarom werd in deze periode meer aandacht besteed aan Peters gevoelens en gedachtes. Uiteindelijk kwam Peter tot de conclusie dat sporten een positieve uitkomst zou kunnen bieden en begon hij daarom actief met hardlopen. Ook op dit vlak was het voor Peter lastig om zijn energie goed in te delen met als gevolg een overbelast lichaam. De oplossing bleek een hardloop applicatie op zijn telefoon die hem instructies gaf. Met zijn ambulant begeleider evalueert hij sindsdien wekelijks en vooralsnog gaat dit goed.

Al met al blijkt het een uitdaging een balans te vinden tussen het actief oppakken van zaken en het vinden van rust. Peter heeft als valkuil dat hij teveel hooi op zijn vork neemt waardoor hij snel het overzicht kwijt raakt en daardoor zijn energie niet meer goed kan verdelen. In overleg met de ambulant begeleider is daarom besloten vier maanden lang geen nieuwe uitdagingen aan te gaan, totdat de dingen die nu positief verlopen hun vruchten afwerpen.

Zijn vrouw is ondertussen weer aan het werk en is erg blij met de vooruitgang die Peter boekt. Naast de hulp voor Peter is er inmiddels ook hulp voor zijn kinderen om met de, toch wel, bijzondere thuissituatie om te kunnen gaan.

Peter zal vooruitgaan, dat is zeker; met vallen en opstaan.